ECLI:NL:RBZWB:2024:6969
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij WIA- en ZW-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem niet in aanmerking te brengen voor een WIA-uitkering per 2 juli 2022 en tegen het besluit tot beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering per 20 november 2023. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van onverwijlde spoed, omdat het bedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden terugbetaald, inclusief wettelijke rente. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een acute financiële noodsituatie of onomkeerbare situatie.
Hoewel verzoeker aangeeft dat zijn gezin maandelijks een tekort heeft en geen spaargeld of leenmogelijkheden meer heeft, kan hij met de ontvangen voorschotten in de letselschadezaak het gezinsinkomen nog gedurende 18 maanden aanvullen. Er is geen bewijs van dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang en worden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens ontbreken van spoedeisend belang.