Uitspraak
1.De procedure
2.Het standpunt van de officier van justitie
3.Het standpunt van de verdediging
4.Het oordeel van de rechtbank
€ 145.231,23te veel aan zorggeld bij de gemeente Breda en de SVB is gedeclareerd. Bij de gemeente Zoetermeer gaat het om een bedrag van
€ 6.985,26.
€ 6.910,08. Zowel [cliënt 1] als [cliënt 2] , beiden cliënten van [stichting] , hebben verklaard dat er wekelijks één uur aan zorg werd verleend. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan die verklaringen, gelet ook op de andere gevallen. In de periode van januari/maart 2019 tot en met oktober 2019 zijn er veel meer uren gedeclareerd dan er zorg is verleend. Uit de declaratieformulieren blijkt dat er bij [cliënt 1] 168 uren en bij [cliënt 2] 81 uren aan zorg zijn gedeclareerd, terwijl er 44 uren, respectievelijk 27 uren aan zorg zijn verleend. Dat betekent dat er 124 uren, respectievelijk 54 uren te veel aan zorg zijn gedeclareerd. Het gemiddelde uurtarief was bij [cliënt 1] € 36,06 en bij [cliënt 2] € 45,16. Hieruit volgt dat € 4.471,44 (124 uren x € 36,06) respectievelijk € 2.438,64 (54 uren x € 45,16) te veel is gedeclareerd.
€ 159.126,57. Dit is tevens het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 159.126,57en de vordering van de officier van justitie voor het overige afwijzen.
5.De wettelijke voorschriften
6.De beslissing
€ 159.126,57;
€ 159.126,57, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
1080 dagen;