Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
primair
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- de meldplicht bij de reclassering;
- gedragsinterventie agressiebeheersing;
- ambulante behandeling;
- meewerken aan middelencontrole.
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 ten laste gelegde feit;
primair, poging tot: medeplegen van zware mishandeling;
een gevangenisstraf van veertien weken, waarvan vier voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
€ 8.720,00,waarvan
€ 7.470,00aan materiële schade en
€ 1.250,00aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
€ 8.720,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
78 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;