ECLI:NL:RBZWB:2024:7318
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis over opheffing voorlopige hechtenis verdachte
Op 22 oktober 2024 wees de rechtbank Zeeland-West-Brabant een vonnis in een strafzaak tegen verdachte. In dit vonnis werd per abuis opgenomen dat de schorsing van de voorlopige hechtenis was opgeheven, waardoor verdachte mogelijk onbedoeld in hechtenis zou worden genomen voordat het vonnis onherroepelijk was.
De rechtbank constateerde deze misslag en besloot tot herstel van het vonnis. Het herstelvonnis bepaalt dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven, zodat verdachte niet in voorarrest wordt geplaatst. De rechtbank overweegt dat verdachte door deze herstelmaatregel niet in enig rechtens te respecteren belang wordt geschaad.
Het herstelvonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarbij mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos als voorzitter, samen met mr. I. de Graaf en mr. W. Toekoen als rechters, het vonnis hebben vastgesteld. Mr. Schnitzler-Strijbos kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven.