Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) inzake informatie over het onderzoek naar de mondkapjesdeal. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes weken plus een verlenging van zes weken op het bezwaar beslist.
Eiseres stelde de minister vervolgens in gebreke, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister uiterlijk op 12 december 2024 alsnog een besluit moet nemen, gezien de bijzondere omstandigheden zoals het hoge aantal Woo-verzoeken en personeelsproblemen bij het ministerie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister de nieuwe termijn overschrijdt. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.