ECLI:NL:RBZWB:2024:7264
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste waardering en schadecorrectie
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €9.897 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste vaststelling van de historische nieuwprijs van de auto en de waardevermindering wegens schade. De rechtbank oordeelde dat de historische nieuwprijs correct moet worden vastgesteld op basis van de netto catalogusprijs van een referentievoertuig, vermeerderd met BTW en bruto BPM, wat resulteert in een bedrag van €86.236.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade hoger was dan reeds door de inspecteur erkend. Normale gebruiksschade werd niet in mindering gebracht. Op basis van de juiste waardering en schadecorrectie werd de verschuldigde BPM berekend op €8.149, verminderd met reeds betaalde €1.223, wat leidt tot een naheffingsaanslag van €6.926.
Daarnaast werd een verzoek van de inspecteur om een aankoopfactuur op te vragen op grond van artikel 8:45 Awb Pro afgewezen, omdat deze niet onontbeerlijk was voor de geschilbeslechting. Ten slotte kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim zeven maanden. Ook werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd naar €6.926 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend.