ECLI:NL:RBZWB:2024:7266
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onjuiste afschrijving en schadewaardering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €8.603 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste handelsinkoopwaarde en de vraag of een waardevermindering wegens schade in aanmerking kon worden genomen.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normale gebruiksschade of een waardevermindering door het schadeverleden. De inspecteur had het taxatierapport van belanghebbende afgewezen en een forfaitaire afschrijving toegepast, wat de rechtbank deels verwierp. Wel werd vastgesteld dat voor de auto geen koerslijst beschikbaar was, waardoor het taxatierapport van de Dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ) als uitgangspunt kon dienen.
De rechtbank stelde de handelsinkoopwaarde vast op €37.636 en berekende de verschuldigde BPM op €11.649, verminderd met reeds betaalde €7.412, waardoor de naheffingsaanslag werd verlaagd naar €4.237. Daarnaast kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier R.J.M. de Fouw op 29 oktober 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd naar €4.237 en belanghebbende krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.