ECLI:NL:RBZWB:2024:7277
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en OZB aanslagen woning te Middelburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebeschikkingen en de aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor de jaren 2022 en 2023 van zijn woning te Middelburg. De heffingsambtenaar had de waarde van de woning vastgesteld op respectievelijk € 833.000 voor 2022 en 2023, waarbij het bezwaar voor 2022 deels werd gehonoreerd en de waarde werd verlaagd tot € 724.000, maar het bezwaar voor 2023 werd afgewezen.
De rechtbank heeft de waarde van de woning beoordeeld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in dezelfde straat en met vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. Hoewel enkele referentiewoningen buiten de gebruikelijke termijn van één jaar voor of na de waardepeildatum vielen, leidde het buiten beschouwing laten hiervan niet tot een lagere waarde. Belanghebbende voerde aan dat diverse overlastfactoren en het gelijkheidsbeginsel een lagere waarde rechtvaardigen, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd en verworpen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarden en OZB-aanslagen aannemelijk heeft gemaakt en dat de beroepen ongegrond zijn. De aanslagen blijven daardoor in stand en belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebeschikkingen en OZB-aanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.