Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 februari 2024 in de zaak tussen
[naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker huurt een woning die door de burgemeester is gesloten vanwege de aanwezigheid van voorwerpen met residu van cocaïne, vermoedelijk bestemd voor drugshandel. De burgemeester sloot de woning voor twee maanden, maar verzoeker maakte bezwaar en vroeg schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter beoordeelde de bevoegdheid van de burgemeester en concludeerde dat deze aanwezig is. De maatregel is geschikt om drugshandel tegen te gaan, maar de noodzaak is onvoldoende onderbouwd omdat niet duidelijk is dat de aangetroffen voorwerpen daadwerkelijk voor handel of productie zijn gebruikt. Daarnaast is er geen sprake van overlast of andere aanwijzingen van drugshandel vanuit de woning.
Verder weegt de rechter mee dat verzoeker een langdurige binding met de woning heeft, onder bewind staat en psychische problemen heeft. De sluiting leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst en grote persoonlijke gevolgen. De burgemeester heeft onvoldoende rekening gehouden met deze belangen en inspanningsverplichtingen voor vervangende woonruimte. Daarom wordt het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.