ECLI:NL:RBZWB:2024:7295

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
BRE 23/4001 en 23/4002
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij naheffingsaanslagen omzetbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting over de perioden oktober 2014 tot en met augustus 2016. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.

De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken na de dagtekening of verzending van de uitspraak op bezwaar. De uitspraken zijn gedateerd op 20 april 2023, waardoor de termijn eindigde op 1 juni 2023. Het beroepschrift is echter pas op 19 juli 2023 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.

Belanghebbende is meerdere malen verzocht om een reden voor de termijnoverschrijding te geven, maar heeft geen verontschuldiging aangeleverd. Zonder verontschuldiging verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk, waardoor de bestreden besluiten in stand blijven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/4001 en 23/4002

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats] (België), belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 20 april 2023. Belanghebbende heeft bij brief, ontvangen bij de belastingdienst op 19 juli 2023, gereageerd op de uitspraken op bezwaar van de inspecteur. De inspecteur heeft de brief aangemerkt als een beroepschrift en doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd is het beroepschrift te behandelen. Het beroep ziet op naheffingsaanslagen omzetbelasting met aanslagnummers [aanslagnummer].F.01.6501 (tijdvakken in de periode 1 oktober 2014 tot en met 31 januari 2016) en [aanslagnummer].F.02.6501 (tijdvakken in de periode 1 februari 2016 tot en met 31 augustus 2016).
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat ze te laat zijn ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraken op bezwaar 20 april 2023 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 1 juni 2023.
4.1.
Het beroepschrift is bij de inspecteur ontvangen op 19 juli 2023. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende is op 7 augustus 2023 en op 6 oktober 2023 in de gelegenheid gesteld reden te geven voor deze termijnoverschrijding. Belanghebbende heeft op 1 november 2023 gereageerd, maar geen reden gegeven voor de termijnoverschrijding. De griffier heeft vervolgens via het digitale portaal op 3 april 2024 belanghebbende nogmaals de reden voor de termijnoverschrijding opgevraagd. Belanghebbende heeft op 20 april 2024 op deze brief gereageerd, maar wederom geen reden gegeven. Op 13 augustus 2024 is belanghebbende voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld om te laten weten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Hier is niet op gereageerd. Er is dus geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 29 oktober 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.