ECLI:NL:RBZWB:2024:737
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen exploitatievergunning en handhavingsbesluit wegens gebrek aan procesbelang
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het verlenen van een exploitatievergunning aan de exploitant van een horecabedrijf en tegen het afwijzen van hun handhavingsverzoek wegens vermeende overtredingen door dat bedrijf.
De burgemeester had de vergunning verleend op 16 maart 2022 en deze vergunning is eind 2023 ingetrokken omdat de exploitatie rond de zomer van 2023 is gestaakt. Het pand staat leeg en te huur, zonder concrete plannen voor nieuwe exploitatie.
De rechtbank oordeelt dat het procesbelang van eisers bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen de vergunning is komen te vervallen, omdat het doel van het beroep (beëindiging van de exploitatie) is bereikt. Eisers kunnen geen beroep doen op toekomstig procesbelang, omdat er geen concrete plannen zijn voor een nieuwe vergunning of exploitatie.
Ook het beroep tegen het weigeren van handhaving is niet ontvankelijk omdat de overtredingen zijn beëindigd en er geen overtreder meer is om tegen op te treden.
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk en zal geen inhoudelijk oordeel geven. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.