Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 35 km/h op de A17 te Zevenbergen op 9 december 2021. Hij voerde aan dat hij niet harder dan 120 km/h reed en handelde om een aanrijding te voorkomen, waarbij hij twijfelde aan de juistheid van de meting door de verbalisant.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel rechtvaardigen. Dit was niet het geval, waardoor de gedraging vaststaat.
Wel constateerde de kantonrechter een overschrijding van de redelijke termijn van tien maanden en een structurele schending van de hoorplicht door de officier van justitie. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 50% gematigd.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, waarbij de boete werd verlaagd tot € 212,62 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald aan betrokkene.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 8 oktober 2024 te Bergen op Zoom.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd tot € 212,62 plus administratiekosten en terugbetaling teveel betaalde zekerheidstelling.