ECLI:NL:RBZWB:2024:7386
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling inspecteur in proceskosten en vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen diverse belastingaanslagen loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting over meerdere tijdvakken. De inspecteur verklaarde de bezwaren aanvankelijk niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde. Tijdens de procedure kwam de inspecteur gedeeltelijk tegemoet door de bezwaren gegrond te verklaren en vergoedingen toe te kennen.
Naar aanleiding hiervan trok belanghebbende de beroepen in en verzocht de rechtbank om de inspecteur te veroordelen tot betaling van proceskosten, vergoeding van griffierecht, immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en rentevergoeding bij niet-tijdige betaling.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur inderdaad aan belanghebbende was tegemoetgekomen en kende een proceskostenvergoeding van €2.625 toe, gebaseerd op samenhangende zaken en een factor 1,5. Tevens werd het griffierecht van €365 toegewezen. Voor de immateriële schadevergoeding stelde de rechtbank vast dat de behandeling bijna 39 maanden duurde, ruim 15 maanden langer dan de redelijke termijn van twee jaar, en kende een vergoeding van €1.500 toe, waarbij reeds betaalde bedragen in mindering worden gebracht.
De rechtbank bepaalde dat bij niet-tijdige betaling van de vergoedingen wettelijke rente verschuldigd is vanaf vier weken na de uitspraakdatum. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 30 oktober 2024 en is openbaar gemaakt via www.rechtspraak.nl.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €2.625, immateriële schadevergoeding van €1.500 en vergoeding van griffierecht, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.