ECLI:NL:RBZWB:2024:7388
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling inspecteur tot proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen meerdere belastingaanslagen loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. De inspecteur verklaarde de bezwaren aanvankelijk niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde. Tijdens de procedure heeft de inspecteur de bezwaren gegrond verklaard en de aanslagen vernietigd, waarna belanghebbende de beroepen introk en vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens termijnoverschrijding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur aan belanghebbende is tegemoetgekomen en kent proceskostenvergoeding toe voor de beroepsfase, berekend op € 2.625 vanwege samenhang tussen de zaken. Tevens wijst de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van 15 maanden.
De rechtbank bepaalt dat de inspecteur ook het griffierecht van € 365 moet vergoeden en dat wettelijke rente verschuldigd is indien betalingen niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvinden. Eventuele reeds betaalde schadevergoedingen worden in mindering gebracht op het toe te kennen bedrag.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van € 2.625 aan proceskosten en € 1.500 aan immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.