Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 5 km per uur te hard op de A58 te Roosendaal op 11 november 2022. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde de zaak op 8 oktober 2024, waarbij betrokkene niet aanwezig was. Betrokkene voerde aan niet verantwoordelijk te zijn voor de boete en dat het beroep te laat was ingediend buiten haar wil om. De officier van justitie stelde dat het beroep te laat was en niet ontvankelijk kon worden verklaard.
De kantonrechter overwoog dat het beroep bij de officier van justitie binnen zes weken moest worden ingediend, wat niet was gebeurd. Betrokkene had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late indiening van het beroep wordt ongegrond verklaard.