Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie wegens parkeren op een plek voor een andere voertuigcategorie. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een machtiging. Betrokkene stelde dat de verzuimbrief niet was ontvangen en verzocht om inzage in de verzendadministratie. Ter zitting werd alsnog een machtiging overgelegd.
De kantonrechter oordeelt dat het ontbreken van de machtiging in de beroepsfase bij de officier van justitie terecht leidde tot niet-ontvankelijkheid. Het feit dat de machtiging later ter zitting werd overgelegd, verandert hier niets aan. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard.
Daarnaast wijst de kantonrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af, aangezien het beroep ongegrond is verklaard. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 8 oktober 2024 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.