ECLI:NL:RBZWB:2024:7400

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
10708730 - MB VERZ 23-323
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens niet tonen rijbewijs en matiging boete

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet behoorlijk tonen van het rijbewijs op verzoek van de verbalisant op 2 juli 2022 in Oudenbosch. Betrokkene voerde aan niet de eigenaar van de auto te zijn en vroeg bewijs van de overtreding, terwijl hij ook twijfelde aan de identificatie door de verbalisant.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat betrokkene de bestuurder was en de gedraging had verricht. Er was geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen.

Wel werd vastgesteld dat de procedure langer dan twee jaar duurde, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Tevens was de hoorplicht door de officier van justitie geschonden omdat betrokkene niet was gehoord bij het administratief beroep. Deze schending leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.

De kantonrechter matigde de boete met 25% vanwege de termijnoverschrijding en met nog eens 25% wegens de schending van de hoorplicht. De boete werd vastgesteld op €56,25 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag van €43,75 werd terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd tot €56,25 plus administratiekosten en terugbetaling van teveel betaalde zekerheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 10708730 \ MB VERZ 23-323
CJIB-nummer: 1062 5422 5060 2611
uitspraakdatum: 8 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: niet op de eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven op de Pater Beckerstraat [huisnummer] te Oudenbosch op 2 juli 2022 om 16:38 uur.
Betrokkene geeft aan dat hij op de datum van de overtreding niet de eigenaar van de auto was. Daarnaast wilt betrokkene graag bewijs zien. Betrokkene vraagt zich af hoe het mogelijk is dat hij een boete ontvangt terwijl hij zijn ID niet heeft laten zien en hoe de verbalisant dan weet dat hij de overtreding heeft begaan. Hij verzoekt de sanctiebeschikking ongegrond te verklaren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het identiteitsbewijs van betrokkene is vastgesteld bij de staandehouding. Er is geen aanleiding tot twijfel over de verklaring van verbalisant. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt de sanctie te matigen met 25% wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie en te matigen met 25% wegens de redelijke termijnoverschrijding.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Na onderzoek door de verbalisant is gebleken dat de betrokkene de bestuurder van het voertuig was.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 2 juli 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim drie maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 56,25, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 43,75, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.