ECLI:NL:RBZWB:2024:7531
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur van de belastingdienst. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
De griffier heeft belanghebbende bij brief van 26 maart 2024 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €371,- en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Vervolgens is bij aangetekende brief van 24 april 2024 een laatste termijn van vier weken gegeven. De aangetekende brief is op 29 april 2024 bezorgd en voor ontvangst getekend. Ondanks deze kennisgeving heeft belanghebbende het griffierecht niet betaald.
Belanghebbende heeft geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven. De rechtbank concludeert dat het niet tijdig betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het besluit blijft ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.