ECLI:NL:RBZWB:2024:769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen in belastingzaak ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een conserverende aanslag inkomstenbelasting 2013 en stelde beroep in, dat in 2018 gegrond werd verklaard. Naar aanleiding daarvan werd de aanslag verminderd. In 2023 diende belanghebbende opnieuw bezwaar in tegen de aanslag, waarop de inspecteur reageerde dat het verzoek werd aangemerkt als kwijtschelding vanwege verjaring. De rechtbank verklaarde het beroep niet tijdig beslissen daarop niet-ontvankelijk omdat er geen nieuw bezwaar openstond tegen de reeds verminderde aanslag.
Belanghebbende voerde in het verzet aan dat de aanslag onwettig is wegens dubbele loonbelastingheffing door een nieuwe wet vanaf 2015, waarvan hij pas in 2020 op de hoogte was. De rechtbank oordeelde dat er geen nieuwe aanslag is opgelegd in 2018, maar een vermindering van de oorspronkelijke aanslag uit 2013. Bovendien is de aanslag inmiddels volledig kwijtgescholden, waardoor er geen belang meer is bij een oordeel over de aanslag.
De rechtbank concludeerde dat het verzet alleen ziet op de vraag of de niet-ontvankelijkverklaring terecht is en dat deze beslissing juist is. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van 17 juli 2023 blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep niet tijdig beslissen wordt ongegrond verklaard.