ECLI:NL:RBZWB:2024:7861

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
BRE 23/2430
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 7:1 AwbArt. 26 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen beëindiging kleine ondernemingsregeling niet-ontvankelijk verklaard

Belanghebbende heeft de beëindiging van de kleine ondernemingsregeling (KOR) met terugwerkende kracht per 1 juli 2022 gemeld. De inspecteur stelde dat de beëindigingsdatum in de toekomst moet liggen en bepaalde deze op 1 april 2023. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar de inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de mededeling geen voor bezwaar vatbare beschikking is.

De rechtbank oordeelt dat de mededeling weliswaar een besluit is op grond van een belastingwet, maar niet valt onder een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Hierdoor staat er geen bezwaar en beroep open tegen deze mededeling bij de belastingrechter.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk ongegrond en bevestigt dat het bestreden besluit in stand blijft. Een geschil over de mededeling kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.

Uitkomst: Het beroep tegen de mededeling over de beëindiging van de kleine ondernemingsregeling wordt ongegrond verklaard omdat geen bezwaar en beroep openstaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2430

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: [naam]),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 15 maart 2023. Het beroep ziet op de melding van de beëindiging van de kleine ondernemingsregeling (hierna: KOR) voor het omzetbelastingnummer [BSN].B.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Procesverloop

2. Belanghebbende heeft op 17 januari 2023 digitaal een formulier ingediend om de vrijstelling inzake de KOR met terugwerkende kracht per 1 juli 2022 te beëindigen.
2.1.
De inspecteur heeft met dagtekening 1 februari 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat de beëindigingsdatum altijd in de toekomst moet liggen op de eerste dag van een kalenderkwartaal en dat de beëindigingsdatum is vastgesteld op 1 april 2023 (de mededeling).
2.2.
Belanghebbende heeft met dagtekening 9 februari 2023 bezwaar gemaakt tegen deze mededeling.
2.3.
Bij uitspraak op bezwaar van 15 maart 2023 heeft de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de mededeling van 9 februari 2023 geen voor bezwaar vatbare beschikking is.

Beoordeling door de rechtbank

3. Beroep bij de belastingrechter kan slechts worden ingesteld als het gaat om een besluit die is genomen op grond van een belastingwet en het beroep ziet op:
a. een belastingaanslag, of
b. een voor bezwaar vatbare beschikking. [1]
3.1.
De rechtbank stelt vast dat de mededeling een besluit van de inspecteur is die is genomen op grond van een belastingwet. De rechtbank is daarom bevoegd om te beoordelen of tegen dat besluit bezwaar en beroep openstaat. [2]
3.2.
De rechtbank oordeelt dat de mededeling niet valt onder een van de categorieën hierboven genoemd onder a. en b. Er kan daarom geen beroep bij de belastingrechter worden ingesteld. In dat geval is het ook niet mogelijk om bezwaar te maken. [3] De inspecteur heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3.3.
Gezien het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond. Een geschil over de mededeling kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.

Conclusie en gevolgen

4. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 18 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
2.Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:505, r.o. 2.6.1.
3.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht).