Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad op de Rodenborchweg te Rosmalen op 26 januari 2023. Betrokkene stelde dat hij geparkeerd stond op een betegeld weggedeelte tussen het fietspad en de rijbaan, dat volgens hem als parkeervak kan worden gezien. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het om een trottoir ging, wat werd ondersteund door een foto en de verklaring van de verbalisant.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Er waren geen specifieke feiten of omstandigheden die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. De uiterlijke kenmerken van de locatie, zoals de verhoging en het verschil in bestrating, wezen erop dat het een trottoir betrof. De kantonrechter verwierp het verweer van betrokkene en zag geen reden om de boete te matigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete blijft in stand. De uitspraak is gedaan op 11 oktober 2024 door de kantonrechter S.W.M. Speekenbrink. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens stilstaan op het trottoir wordt ongegrond verklaard.