Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het overtreden van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 13 juni 2022. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant onjuist was. Tevens werd een overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende bewijs vormt en dat uit schouwrapporten blijkt dat de bebording op de datum van overtreding in orde was. De gedraging staat daarmee vast. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting met drie maanden is overschreden.
Daarom werd de boete met 25% gematigd. Ook werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase waarin de redelijke termijn werd overschreden. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden toegekend.