ECLI:NL:RBZWB:2024:7875

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
10905482 _ MB VERZ 24-90
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenartikel 34 WAM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens ontbreken verzekering

Betrokkene werd beboet omdat op 1 november 2022 in Veendam een motorrijtuig niet verzekerd was, wat een overtreding is van de verzekeringsplicht. Betrokkene stelde dat de verzekering door een misverstand was gestopt en sloot later een nieuwe verzekering af met een voorlopige dekking vanaf 24 oktober 2022.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene bij de kantonrechter beroep instelde. Tijdens de procedure bleek dat betrokkene niet was gehoord in de administratieve fase, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd, maar dat de schending van de hoorplicht leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.

De kantonrechter matigde de boete met 25% vanwege de structurele schending van de hoorplicht en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond. De boete werd gewijzigd naar een lager bedrag van €300 plus administratiekosten. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd tot €300 plus administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10905482 \ MB VERZ 24-90
CJIB-nummer : 5062 5422 5446 9974
uitspraakdatum : 11 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is eerder behandeld op de zitting van 17 mei 2024. De kantonrechter heeft toen de zekerheid op nihil gesteld en de behandeling van de zaak aangehouden om betrokkene in de gelegenheid te stellen een bewijs van verzekering middels een artikel 34 WAM Pro verklaring te overleggen binnen vier weken na verzending van het proces-verbaal.
De zaak is vervolgens op de zitting van 11 oktober 2024 opnieuw besproken. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden op 1 november 2022 te Veendam (registercontrole).
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat door een misverstand de dekking was gestopt door de verzekeraar. Hier kwam hij naar aanleiding van een brief van de RDW achter. Betrokkene heeft bij een andere verzekeraar een nieuwe verzekering afgesloten. Betrokkene geeft aan dat de ingangsdatum van de voorlopige verzekering 24 oktober 2022 is. Betrokkene heeft een bewijs van de voorlopige verzekering als bijlage toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren, aangezien betrokkene het verzochte bewijsstuk niet heeft overhandigd. Wel heeft de zittingsvertegenwoordiger opgemerkt dat de hoorplicht is geschonden. Betrokkene had tijdens de administratieve fase het recht om gehoord te worden, maar betrokkene is hier niet op gewezen. Gelet op de schending van de hoorplicht is de zittingsvertegenwoordiger van mening dat de sanctie met 25% gematigd dient te worden.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Betrokkene heeft nagelaten gebruik te maken van de eerder geboden gelegenheid om zijn standpunt met stukken te onderbouwen, zodat de kantonrechter aan dit standpunt als onvoldoende onderbouwd voorbijgaat.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 300,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: