ECLI:NL:RBZWB:2024:7961
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onjuiste waardebepaling en informatieverstrekking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €505.000 per 1 januari 2021. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de heffingsambtenaar niet volledig had voldaan aan zijn informatieplicht onder artikel 40 van Pro de Wet WOZ, omdat niet alle gevraagde gegevens waren verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met correcties in de taxatiematrix, waardoor de waarde te hoog was vastgesteld. Hoewel belanghebbende zijn lagere waarde van €455.000 onvoldoende aannemelijk had gemaakt, stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €479.000, aansluitend bij de herberekening van de heffingsambtenaar.
De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende, omdat het beroep gegrond werd verklaard. De uitspraak werd openbaar gemaakt en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €479.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.