ECLI:NL:RBZWB:2024:7969
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 26 augustus 2022 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft het medisch dossier en de rapportages van de verzekeringsarts en arts bezwaar en beroep (b&b) bestudeerd, waarbij is vastgesteld dat de psychische klachten van eiseres beperkingen veroorzaken in haar functioneren, maar de lichamelijke klachten pas na de datum in geding zijn toegenomen en niet geobjectiveerd zijn op die datum.
De rechtbank overweegt dat de medische informatie die na de zitting is ingediend niet duidelijk maakt of de klachten op de datum in geding bestonden en dat de recente bevindingen geen aanleiding geven tot twijfel aan de medische beoordeling van het UWV. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die aansluiten bij de vastgestelde beperkingen, en de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid komt uit op 23,96%, wat onder de 35% ligt die recht geeft op een WIA-uitkering.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de uitkering heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter J.E.C. Vriends op 13 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering per 26 augustus 2022 wordt geweigerd.