Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 22 maart 2023. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.
Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat hij door een verkeersleider was verzocht het centrum via de Nieuwlandstraat te verlaten en dat hem was verzekerd dat er geen boete zou volgen. Tevens stelde betrokkene dat hij nooit de initiële beschikking had ontvangen, wat de late indiening zou verklaren.
De kantonrechter overwoog dat het beroep bij de officier van justitie binnen zes weken na de beschikking moest worden ingediend, wat niet was gebeurd. Artikel 6:11 Awb Pro biedt een uitzondering indien bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt, maar betrokkene slaagde hier niet in. Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.