ECLI:NL:RBZWB:2024:8009

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2024
Publicatiedatum
22 november 2024
Zaaknummer
10309844 \ MB VERZ 23-157
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 6 kilometer per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom te Tilburg op 6 augustus 2022 om 11:11 uur. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment was verhuurd en probeerde daarmee de boete aan te vechten.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 21 oktober 2024 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel rechtvaardigen.

Betrokkene heeft nagelaten tijdig een huurovereenkomst te overleggen en heeft niet aangetoond dat een uitzondering op grond van artikel 8 Wahv Pro van toepassing is. De kantonrechter ziet geen reden om aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant te twijfelen en ook geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10309844 \ MB VERZ 23-157
CJIB-nummer : 3062 5422 5150 0738
uitspraakdatum : 21 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 6 kilometer per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N260 (rechts, Vossenberg richting Midden-Brabantweg) te Tilburg op 6 augustus 2022 om 11:11 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de gedraging.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Deze zaak is eerder op zitting aangehouden om betrokkene in de gelegenheid te stellen om aan te tonen dat er is voldaan aan artikel 8 Wahv Pro en een juist huurcontract te overleggen. Tot op heden is er geen huurcontract ontvangen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft nagelaten tijdig een huurovereenkomst te overleggen. Daarnaast heeft betrokkene niet aangetoond dat er sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 8 Wahv Pro.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: