Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 6 kilometer per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom te Tilburg op 6 augustus 2022 om 11:11 uur. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment was verhuurd en probeerde daarmee de boete aan te vechten.
De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 21 oktober 2024 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel rechtvaardigen.
Betrokkene heeft nagelaten tijdig een huurovereenkomst te overleggen en heeft niet aangetoond dat een uitzondering op grond van artikel 8 Wahv Pro van toepassing is. De kantonrechter ziet geen reden om aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant te twijfelen en ook geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.