Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op het voetgangersgebied Nieuwlandstraat te Tilburg op 15 mei 2022. Betrokkene voerde aan dat de bebording onduidelijk was en dat hij de tijdsaanduiding verkeerd interpreteerde, wat verwarring veroorzaakte. De officier van justitie wees het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling van deze gronden.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat en dat vanaf 3 november 2021 de verkeerssituatie duidelijk was. De boete is terecht opgelegd. Echter, de officier van justitie had betrokkene niet gehoord, wat een wettelijke schending van de hoorplicht betekent. Dit leidde tot vernietiging van diens beslissing en matiging van de boete met 25%.
Daarnaast was de redelijke termijn van behandeling overschreden met ruim vier maanden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigt. De boete werd derhalve gematigd tot € 84,38 plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.