Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op een voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 9 juni 2022. Zij voerde aan dat de verkeerssituatie door werkzaamheden onduidelijk was en dat zij ten onrechte dacht dat de boete was kwijtgescholden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat en dat sinds 3 november 2021 de verkeerssituatie voldoende duidelijk was. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel oordeelde de kantonrechter dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling overschreden, waardoor de boete gematigd wordt.
De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete met 50% in totaal (25% wegens schending hoorplicht en 25% wegens termijnoverschrijding) en beval terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd en teveel betaald bedrag terugbetaald.