Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 16 december 2022 in Tilburg. Betrokkene gebruikte de verlopen parkeerkaart van zijn echtgenote, die vanwege haar gezondheid regelmatig gebruikmaakt van invalideparkeerplaatsen. Hoewel de kaart was verlopen, had betrokkene reeds een nieuwe kaart aangevraagd en alle benodigde documenten tijdig verstuurd.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, ondanks dat betrokkene binnen de gevraagde termijn een kopie van de nieuwe kaart had gestuurd. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de verantwoordelijkheid voor tijdige aanvraag bij de bestuurder ligt. Echter, gezien de omstandigheden en het gebruik van de invalideparkeerplaats, achtte de kantonrechter matiging van de boete op zijn plaats.
De boete werd gematigd tot €30,- plus administratiekosten van €9,-. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van €195,- aan zekerheidstelling terug te betalen. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor parkeren zonder geldige gehandicaptenparkeerkaart is gematigd tot €30,- en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.