ECLI:NL:RBZWB:2024:811
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting gemeente Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een villa uit 1969 met diverse voorzieningen op een perceel van 3.125 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €1.157.000 en legde de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2022 op. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was en stelde een maximale waarde van €1.022.000 voor.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde is vastgesteld op basis van verkoopprijzen van referentiewoningen in dezelfde straat. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin rekening is gehouden met verschillen in bouwjaar, kwaliteit en voorzieningen. Belanghebbende betwistte de vergelijkbaarheid van één referentiewoning, maar de rechtbank oordeelde dat de gebruikte referenties voldoende vergelijkbaar zijn.
Ook werd geoordeeld dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met het afnemend grensnut van de woonoppervlakte. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en dat de waarde en aanslag niet te hoog zijn vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag gehandhaafd blijft en belanghebbende geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €1.157.000 blijft gehandhaafd.