ECLI:NL:RBZWB:2024:8153
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaarschrift reclamebelasting
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een aanslag reclamebelasting, opgelegd op 30 juni 2021. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank bevestigt dit oordeel omdat het bezwaarschrift pas op 9 maart 2022 werd ontvangen, ruim na de termijn van zes weken die eindigde op 11 augustus 2021.
De gemachtigde van belanghebbende betwistte de tijdige ontvangst van de aanslag, maar de rechtbank concludeert dat de aanslag tijdig is ontvangen, mede gelet op de betaling op 1 juli 2021. Er zijn geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk ongegrond is en bevestigt het bestreden besluit. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase met ongeveer negen maanden is overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.000. De kosten van deze vergoeding en de proceskosten worden verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Staat.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar en de Staat tot betaling van respectievelijk € 111,11 en € 888,89 aan immateriële schadevergoeding, en tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te laat ingediend bezwaarschrift, met toekenning van immateriële schadevergoeding en proceskosten aan belanghebbende.