ECLI:NL:RBZWB:2024:8159
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens ontbreken juiste machtiging
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking en de daarbij behorende aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing voor twee objecten te een plaats. Het bezwaar werd ingediend door een gemachtigde, mr. D.A.N. Bartels, zonder dat een juiste machtiging werd overgelegd. De heffingsambtenaar heeft herhaaldelijk verzocht om een geldige machtiging, maar deze werd niet tijdig of correct aangeleverd.
Belanghebbende gaf aan dat een andere rechtsbijstandsverlener gemachtigd was, wat bevestigde dat de ingediende machtiging niet juist was. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging. Er was geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.
De beroepen tegen deze beslissing zijn daarom kennelijk ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat deze termijn niet was overschreden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro en is openbaar gemaakt op 29 november 2024 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging, waardoor het beroep ongegrond is.