ECLI:NL:RBZWB:2024:82
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslag rioolheffing gebruikersdeel gemeente Oisterwijk
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag rioolheffing gebruikersdeel van € 337,56 voor het belastingjaar 2022 opgelegd door de gemeente Oisterwijk. De aanslag is gebaseerd op het aantal kubieke meters water dat volgens de verordening is toegevoerd of opgepompt en via het gemeentelijke riool is afgevoerd.
Belanghebbende voerde aan dat hij vanwege het besproeien van zijn grote tuin in een droge zomer meer water heeft verbruikt dan daadwerkelijk via het riool is afgevoerd. Ter onderbouwing overhandigde hij schermafbeeldingen van zijn huidige watergebruik, dat lager ligt dan in 2021. De rechtbank oordeelde echter dat de verordening de wijze van vaststelling voorschrijft en dat deze niet onzorgvuldig is toegepast.
De bewijslast rust op belanghebbende om aan te tonen hoeveel water niet via het riool is afgevoerd. De enkele stelling dat hij zijn tuin heeft besproeid is onvoldoende om de aanslag te verlagen. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de hoeveelheid afgevoerd water terecht heeft vastgesteld op het toegevoerde volume.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag. Het griffierecht wordt niet vergoed. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag rioolheffing gebruikersdeel wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.