ECLI:NL:RBZWB:2024:8221
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar WOZ-beschikking leidt tot dwangsom en proceskostenvergoeding
De heffingsambtenaar heeft niet tijdig beslist op het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking over de waarde van een pand per 1 januari 2022. Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar op 22 januari 2024 in gebreke en kon daarna beroep instellen wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn op het bezwaar is verstreken zonder dat de heffingsambtenaar een besluit heeft genomen. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de heffingsambtenaar geen stukken of verweerschrift ingediend. De rechtbank bepaalt dat de heffingsambtenaar binnen twee weken alsnog moet beslissen en legt een dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 7.500.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verschuldigde dwangsom van € 1.442 vast, gebaseerd op de wettelijke tarieven en de ingebrekestelling. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende, die in deze procedure alleen betrekking hebben op het overschrijden van de beslistermijn.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en handhaaft de wettelijke sancties bij overschrijding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen, de heffingsambtenaar moet binnen twee weken alsnog beslissen en een dwangsom en proceskostenvergoeding betalen.