ECLI:NL:RBZWB:2024:8223
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar WOZ-beschikking leidt tot dwangsom en proceskostenvergoeding
De heffingsambtenaar heeft niet tijdig beslist op het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking voor een pand per waardepeildatum 1 januari 2022. Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar op 22 januari 2024 in gebreke en kon vervolgens op 25 juni 2024 beroep instellen wegens overschrijding van de beslistermijn.
Ondanks verzoeken heeft de heffingsambtenaar geen stukken of verweerschrift ingediend en is er kennelijk nog geen besluit genomen. De rechtbank bepaalt dat de heffingsambtenaar binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van € 50 per dag tot een maximum van € 7.500 opgelegd voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
De rechtbank stelt de reeds verschuldigde dwangsom van € 1.442 vast en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,38 aan proceskosten en € 51 aan griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat het beroep kennelijk gegrond is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt een dwangsom en proceskostenvergoeding op aan de heffingsambtenaar.