ECLI:NL:RBZWB:2024:8309
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete wegens niet-tijdig indienen opgaaf intracommunautaire prestaties
Belanghebbende, ondernemer voor de omzetbelasting, diende de opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) over het derde kwartaal van 2022 niet tijdig in. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van €137 op. Belanghebbende betwistte de ontvangst van de herinneringsbrief en voerde afwezigheid van alle schuld (avas) aan vanwege vakantie en vertrouwen op zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelt dat de stelling over niet-ontvangst van de herinneringsbrief te laat is ingebracht en daarom niet in behandeling wordt genomen. Verder is vastgesteld dat de inspecteur de brief correct heeft verzonden naar het door belanghebbende opgegeven adres. Het niet tijdig doorsturen van de post tijdens vakantie is voor rekening van belanghebbende.
Ook het uitbesteden van de administratie aan een gemachtigde ontslaat belanghebbende niet van de zorgplicht om de post tijdig te laten doorsturen. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van avas en dat de boete terecht en passend is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.