ECLI:NL:RBZWB:2024:8352
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2019, met name over de rechtsmiddelverwijzing en het ontbreken van een proceskostenvergoeding bij een verminderingsbeschikking. De rechtbank stelde vast dat de aanslag was verminderd door de inspecteur via een ambtshalve verminderingsbeschikking, waarbij het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen werd verlaagd.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift van belanghebbende primair betrekking had op toeslagen en niet op de IB/PVV-aanslag. De verminderingsbeschikking was geen uitspraak op bezwaar, waardoor geen rechtsmiddel openstond tegen die beschikking. Hierdoor was er geen grond voor een proceskostenvergoeding.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende wel belang had bij de procedure, maar dat het beroep ongegrond is omdat de inspecteur correct heeft gehandeld door geen proceskostenvergoeding toe te kennen. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en een proceskostenveroordeling is niet aan de orde.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2019 wordt ongegrond verklaard en belanghebbende heeft geen recht op proceskostenvergoeding.