ECLI:NL:RBZWB:2024:8379
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard bezwaar inkomstenbelasting 2020
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2020 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is en of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift tijdig is ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak op bezwaar. De inspecteur heeft in het verweerschrift erkend dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard omdat de gronden van het beroep niet waren ingediend. De rechtbank sluit zich hierbij aan en verklaart het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank wijst de zaak terug naar de inspecteur om het bezwaar inhoudelijk te behandelen. Daarnaast wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 437,50 voor de beroepsfase. Een vergoeding voor de bezwaarprocedure wordt nog niet toegekend omdat deze nog niet is afgerond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt teruggeworpen naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing op bezwaar.