ECLI:NL:RBZWB:2024:84
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres te een plaats, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 373.000 per 1 januari 2021. De rechtbank beoordeelde het beroep inhoudelijk nadat was vastgesteld dat het tijdig was ingediend.
De waarde was bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij drie referentiewoningen in dezelfde straat of buurt werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren qua bouwjaar, oppervlakte en ligging. Ook werd erkend dat er sprake was van verkeersoverlast in de straat, maar aangezien twee referentiewoningen dezelfde overlast hadden, was dit reeds in de verkoopprijzen verwerkt.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met roerende zaken in de verkoopprijzen en verwees naar WOZ-waarden van andere woningen, waaronder die van buren. De rechtbank verwierp deze argumenten omdat verkoopprijzen zonder roerende zaken waren gehanteerd en WOZ-waarden van andere woningen geen concrete verkoopcijfers zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 373.000 gehandhaafd.