Uitspraak
1.De geconstateerde misslag
2.De beslissing
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van drie jaar;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 13 februari 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een vonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte, waarbij sprake was van een misslag in de oorspronkelijke uitspraak. De rechtbank constateerde dat de opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs was ingevorderd, niet was opgenomen in de beslissing van het vonnis.
In dit herstelvonnis wordt deze misslag hersteld door de rijontzegging alsnog toe te voegen aan de straf. De rechtbank benadrukt dat deze toevoeging geen schending van enig rechtens te respecteren belang van verdachte oplevert. Verdachte wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 6 en Pro artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet, met betrekking tot zwaar lichamelijk letsel en gecombineerd middelengebruik.
De bijkomende straf bestaat uit een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaar, waarbij de reeds ingeleverde tijd van het rijbewijs in mindering wordt gebracht op deze ontzegging. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank, met mr. G.H. Nomes als voorzitter en mr. H. Skalonjic en mr. J.F.C. Janssen als rechters.
Uitkomst: Verdachte krijgt een rijontzegging van drie jaar opgelegd, met aftrek van de reeds ingeleverde tijd.