ECLI:NL:RBZWB:2024:8483
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Na intrekking van het beroep verzocht belanghebbende de rechtbank om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten, met name een vergoeding van het griffierecht.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek, maar er is geen reactie ontvangen. De rechtbank beoordeelt vervolgens of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen, hetgeen een voorwaarde is voor proceskostenveroordeling.
Uit de stukken blijkt niet duidelijk dat de inspecteur aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Ook als dat het geval zou zijn, oordeelt de rechtbank dat de gevorderde proceskosten niet aannemelijk zijn gemaakt. Belanghebbende heeft slechts een deel van de kosten toegelicht en onvoldoende onderbouwd waar de overige kosten betrekking op hebben.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van tegemoetkoming en onvoldoende onderbouwing van kosten.