ECLI:NL:RBZWB:2024:8502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na compromis tussen belanghebbende en gemeente
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Gilze en Rijen, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €514.000 per 1 januari 2022. Tevens was de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor 2023 opgelegd op basis van deze waarde. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 30 oktober 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €485.000. Partijen maakten duidelijk dat deze nieuwe waarde geen invloed heeft op de WOZ-beschikking voor 2024. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar, waarbij de WOZ-waarde en de OZB-aanslag dienovereenkomstig werden verminderd.
De rechtbank bepaalde tevens dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €50 aan belanghebbende moet vergoeden, maar wees een proceskostenvergoeding af omdat belanghebbende geen kosten had gesteld die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier M.M. van de Langerijt-Suurmeijer op 11 december 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €485.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.