Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve verkeersboete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring op de Fellenoordstraat te Breda op 30 juni 2022. Betrokkene stelde dat de pleeglocatie onjuist was vermeld en dat hij ten onrechte niet was staandegehouden, terwijl de verbalisanten voldoende tijd hadden om dit te doen. Ook betwistte hij de verklaring over een voertuig met hogere prioritering.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende een schending van de hoorplicht en verzocht om matiging van de boete. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende concreet was om vast te stellen dat de gedraging had plaatsgevonden en dat ten onrechte niet was staandegehouden.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd, en werd de officier van justitie opgedragen het betaalde bedrag van €109 terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, boete vernietigd en betaalde zekerheid terugbetaald.