Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete voor het rijden met 21 km/u te hard op de A16 te Prinsenbeek op 3 juli 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, mede omdat onvoldoende is onderbouwd waarom er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd en worden de beschikking en beslissing vernietigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de officier van justitie de beslistermijn niet rechtsgeldig heeft verlengd, waardoor een dwangsom van €23,- is verschuldigd. Ook werd een proceskostenvergoeding van €749,50 toegekend aan betrokkene. De officier van justitie moet het betaalde bedrag van €202,- terugbetalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.