ECLI:NL:GHARL:2024:1024

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.328.922/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake vasthouden mobiel tijdens rijden en proceskostenvergoeding

Betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €350 wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op een scooter. Betrokkene ontkende dit, stellende dat het onmogelijk was de telefoon vast te houden en te rijden vanwege het bedienen van het gas met de rechterhand. De ambtenaar verklaarde echter dat betrokkene de telefoon met de rechterhand vasthield en dat dit tijdens de staandehouding werd herkend.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden, mede omdat het mogelijk is het gas even los te laten om de telefoon in de zak te stoppen. Er was geen aanleiding voor het opvragen van aanvullend proces-verbaal. Betrokkene's verweer leidde niet tot twijfel aan de juistheid van de gegevens.

Daarnaast werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat het Besluit proceskosten bestuursrecht geen vergoeding kent voor het schriftelijk horen bij de officier van justitie. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot vergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het vasthouden van een mobiel tijdens het rijden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.922/01
CJIB-nummer
: 249959925
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de (gewijzigde) beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 149,25.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 januari 2024. Namens de gemachtigde van de betrokkene is verschenen O. Açar. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 juni 2022 om 20.01 uur op de Osdorper Ban in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Het hof stelt vast dat de officier van justitie de inleidende beschikking heeft gewijzigd voor wat betreft de hoogte van de sanctie en een proceskostenvergoeding heeft toegekend in verband met de wijziging van het sanctiebedrag.
3. De gemachtigde ontkent namens de betrokkene de gedraging en stelt dat de betrokkene geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De ambtenaar verklaart in het zaakoverzicht dat de betrokkene de telefoon met zijn rechterhand vasthield. Nu de betrokkene op een scooter reed, is het in principe onmogelijk om de telefoon vast te houden en te rijden aangezien de gashendel met de rechterhand wordt bediend. Het had op de weg van de officier van justitie gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de ambtenaar. Nu dit niet is gebeurd, komt aan het woord van de ambtenaar geen bijzondere bewijskracht toe. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven.
4.
Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een betrokkene stopte zijn mobiel in zijn zak. Met de rechterhand vasthield. Ik zag namelijk dat verbalisanten zagen bestuurder op zijn snorfiets rijden terwijl hij een mobiele telefoon vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een Samsung betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden. (…)
Verklaring betrokkene: schrijf de boete maar uit.”
6. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de ambtenaar en diens collega hebben gezien dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand een mobiele telefoon heeft vastgehouden. Dat de betrokkene met zijn rechterhand het gas bedient, sluit niet uit dat de betrokkene het gas op enig moment heeft losgelaten en met zijn rechterhand zijn telefoon in zijn zak heeft gestopt. Daarbij heeft de ambtenaar de mobiele telefoon van de betrokkene tijdens de staandehouding herkend als het apparaat dat de betrokkene tijdens het rijden heeft vastgehouden. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding voor het opvragen van nadere informatie bij de ambtenaar.
7. De gemachtigde voert verder aan dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor de fase van beroep bij de kantonrechter.
8. Het hof stelt vast dat de kantonrechter een vergoeding heeft toegekend voor het ‘schriftelijk horen’ in de procedure bij de officier van justitie. Het Besluit proceskosten bestuursrecht kent een dergelijke vergoeding niet. Het hof zal om de betrokkene niet in een nadeliger positie te brengen dan wanneer geen hoger beroep was ingesteld de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
9. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.