Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg twee boetes opgelegd voor het rijden in een geslotenverklaring op de Houtmarkt te Breda op 19 juni 2022, om 20:34 en 20:39 uur. De eerste boete was verzonden na het tijdstip van de tweede overtreding. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat de boete niet redelijk was en dat betrokkene niet bekend was met de geslotenverklaring.
De officier van justitie stelde dat de tweede boete onterecht was omdat het beleidskader voorschrijft dat een tweede boete pas mag worden opgelegd nadat de eerste boete is verzonden. De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat de tweede boete in strijd was met het beleidskader en daarom vernietigd moest worden.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling en de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de tweede verkeersboete is gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd.