Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar, verbonden aan Het nieuwe WOZ-bureau)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar had de waarde van de woning per 1 januari 2021 vastgesteld op €185.000 en het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
Tijdens de zitting op 29 november 2023 gaf de gemachtigde van belanghebbende aan dat de beroepsgronden niet langer van toepassing zijn, waardoor belanghebbende niet langer betwist dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Partijen zijn overeengekomen dat de griffierechten van €49 door de heffingsambtenaar aan belanghebbende worden vergoed.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde en de aanslag OZB. De uitspraak is gedaan door rechter M.E. de Boer op 10 januari 2024 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag OZB is ongegrond verklaard, waardoor deze gehandhaafd blijven.