ECLI:NL:RBZWB:2024:88
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Hilvarenbeek ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Hilvarenbeek, welke door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €267.000 per 1 januari 2021. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die hierop was gebaseerd.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatiematrix met drie referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en gebruiksoppervlakte vergelijkbaar waren. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen geschikt waren voor vergelijking en dat de verschillen tussen de woningen voldoende waren meegenomen in de waardebepaling.
Belanghebbende stelde dat het voorzieningenniveau van zijn woning lager moest worden gewaardeerd, maar dit werd door de rechtbank niet voldoende onderbouwd geacht. De deskundige taxateur had gemotiveerd betwist dat het voorzieningenniveau lager was dan bij de referentiewoningen. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en het beroep ongegrond was.
De WOZ-waarde en de aanslag OZB blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard en de waarde van €267.000 blijft gehandhaafd.