ECLI:NL:RBZWB:2024:8825
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens schending vertrouwensbeginsel
Belanghebbende deed op 26 november 2019 aangifte BPM voor een Mercedes Benz GLE-klasse en betaalde € 13.799. Na een controle bij DRZ op 29 november 2019 werd een verslag opgesteld. De inspecteur legde op 29 juli 2022 een naheffingsaanslag op van € 4.701 met € 33 belastingrente. Belanghebbende voerde aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door het lange tijdsverloop.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de wettelijke termijn van vijf jaar niet was overschreden, het tijdsverloop van ruim tweeënhalf jaar tussen controle en naheffing een onjuiste indruk gaf dat geen naheffing zou volgen. Dit vertrouwen werd door de inspecteur gewekt en dient voor diens rekening te blijven. Daarom wordt de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking vernietigd.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor afhandeling van het bezwaar met vijf maanden werd overschreden. Belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 500, waarvan € 100 voor rekening van de inspecteur en € 400 voor de Staat. Ook worden proceskosten van € 2.998 en het griffierecht van € 184 aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking worden vernietigd wegens schending vertrouwensbeginsel; immateriële schadevergoeding en proceskosten worden toegekend.